Meer informatie over mollen


In onze samenleving veroorzaken mollen veel schade. Zowel in weilanden, gazons, parken en tuinen kunnen grote vernielingen worden aangericht. Het maaien gaat slecht en de messen van de maaimachine hebben extra onderhoud nodig. Dus extra kosten.

huub-mollenOp een boomkwekerij kunnen mollen ook veel schade aanrichten, vooral na het planten in een droge periode. Ook kunnen dijken van polders ernstig beschadigd worden.

In de veehouderij wordt de kwaliteit van het hooi en kuilvoer nadelig beïnvloed door het hoge zandgehalte in het voer. Dit zand heeft een slechte invloed op de gezondheid van het vee.

Ook voor de bezitter van een mooi gazon zijn molshopen een ergernis. Er zijn ook natuurlijke bestrijders, zoals; blauwe reigers, uilen, bunzings, marters, vossen en wezels.

Levenswijze/voortplanting


MaulwurfMollen zijn harde werkers met ongelooflijke graafprestaties. Het gewicht is ongeveer 100 gram. Het wijfje is iets lichter. Ze presteren het om in een half uurtje tijd een grondhoop van zo’n 5 á 6 kg naar boven te werken. Hiervoor hebben ze veel voedsel nodig, gemiddeld hun eigen gewicht per dag, soms ook meer, afhankelijk van hun graafactiviteiten. De voortplantingstijd van de mol is van februari tot juni en duurt meestal vrij kort. Dat is gedurende een paar weken in maart en april, met een dracht van 4 á 5 weken.

De jongen worden omstreeks eind april/begin mei geboren. In de paartijd zoeken de mannetjes het gebied van verschillende vrouwtjes af, terwijl de vrouwtjes blijven waar ze ‘s winters waren. Een nest bestaat uit dor gras en bladeren. Het aantal jongen varieert van 2-7, maar is meestal 4 of 5. De jongen lijken op kale, jonge biggetjes. (3,5 gram en 35 mm. lang). In drie weken zijn ze gegroeid tot bijna de volwassen lengte. Op de 17e dag zijn ze geheel zwart behaard. Ze worden 4 á 5 weken gezoogd in het nest en daarna blijven ze nog 2 á 3 weken bij elkaar in het gangenstelsel van de moeder. Eind juni worden de jongen weggejaagd door de moeder. Dan valt de migratieperiode. Tegen de herfst hebben de meeste overlevenden wel een eigen gebied gevonden, in een verlaten of een zelf, nieuw gemaakt gangenstelsel.

Voedsel


De mol eet bij voorkeur wormen. Daarnaast ook insectenlarven, engerlingen en emelten. De prooi wordt voornamelijk op de tast gevonden. De reuk en het gehoor zijn niet sterk ontwikkeld, terwijl een mol niet veel meer dan licht van donker zal onderscheiden.